Lorem ipsum a généré 44 paragraphes pour vous.
Vous pouvez utiliser ce texte lorem ipsum dans vos maquettes, sites web, design, ebook... Le texte généré aléatoirement est libre de droit.
Le faux texte a bien été copié
herinner mij nog slechts twee onaangenaamheden, die Nurks mijn goeden medicus deed doorstaan, doch die even als de aangehaalde zich ook alleen bij het physionomisch hatelijke bepaalden.De eene was deze.Wij spraken over de ongelukken, die men met zwemmen kan krijgen.
wenschte ik mijn medeschepselen te zien, zoo als ik ze op plaat I.van iederen prentenbijbel zie, in aardige groepen door elkander geschikt, allen in hunne natuurlijke houding den leeuw, met een opgeheven voorpoot, als op brullen staande de kaketoe, van een boomtak nederkijkende, als om te onderzoeken wat voor kleur van haar Adam heeft en niet, och, ik bid u, niet in die afschuwelijke ijzeren schommels een soort van groote lijsterbogen in eeuwige beweging 14 de boa in t verschiet, om den boom in schoone verleidelijke bochten gekronkeld, en naar den noodlottigen appel opziende den adelaar, hoog in de lucht zwevende, als een nauwelijks merkbare stip ja, dan nog veel liever geheel onzichtbaar, dan zóó als ik hem in een beestenspel zie Zoo zou het mij aangenaam en belangrijk zijn.
hoewel een aardigheid te zeggen het alleruitmuntendste zou zijn, en er een schat van aardigheden mogelijk is, zoo is het evenwel bijzonder opmerkelijk, hoe weinig men er dikwijls op zulk een oogenblik bij de hand heeft.Zoodat de critische hoedeninspecteur gewoonlijk de voldoening heeft eene kleine verlegenheid te weeg te zien gebracht, welke hij met demonischen wellust geniet.
vindt.Ten derde, heeft UEd., geloof ik, te veel boeken over de opvoeding gelezen, om een enkel kind goed op te voeden.Ten vierde, laat gij hem doosjes leeren plakken en nuffige knipsels maken.Ten vijfde zijn er zeven dingen te veel, die hij niet eten mag.
oogenblik staat hij met opgeheven hoofd brullende stil.Hij schudt de zwarte manen.Eén sprong Achter uw wachtvuur, onvoorzichtige Hongerig gaat hij om met woeste bewegingen, met ongeregelde sprongen, met schrikkelijke geluiden.Wien zal het gelden Een breedgeschoften buffel misschien, die hem met gebukten hoofde en sterke hoornen zal opwachten.
regenschermen.De wijfjes zijn wit.Zij houden haar opperkleed op, zoo dikwijls ze over een droppel water stappen, en dragen t geheel opgesteld als er wezenlijk plassen liggen van den regen van zaterdag.Zij eten gestadig uit haar zak sommigen in den zwerm hebben daarenboven nog een toegeknoopte kinderluur met mondkost bij zich.
moeite niet bleek te worden de koning zal u wèl ontvangen.Maar voorzichtig stoot u niet aan dezen wat is het een reiskoffer Vergeef mij, het is een ecrin vol slangen arme reuzeslangen Hierheen Pas op die lamp druipt Stap over dien emmer, vischvijver van den pelikaan, badkuip des ijsbeers Wij zijn er.
Indien gij uit dit kleine voorbeeld van mijn hoed het is in t oog loopend hoe dikwijls hoeden tot voorbeelden dienen niet een vrij beslissenden kijk op mijn neef Nurks karakter hebt, dan zal het heele verhaal, dat ik schrijven ga, nutteloos aan u verkwist zijn, lezer, en dan zal ik ook zoo vrij zijn u tot uw straf te houden voor een sprekend evenbeeld en wedergade van dienzelfden Robertus Nurks.
lafaards en klikkers met een volkomen haat hij zal nog al eens gauw zijn vuisten uitsteken, maar spaart in t vechten zijn partij hij speelt niet valsch hij heeft een bestendigen inktvlak op zijn overgeslagen halsboord, en wel wat neiging om zijn schoenen scheef te loopen hij houdt zijnen vader staande dat hij over ijs van één nacht loopen kan, en beschikt over vriezen en dooien naar lust en welgevallen hij eet altijd een boterham minder en leert eene les meer, dan waar hij trek toe heeft hij gooit een steen tienmaal verder dan gij of ik, en buitelt driemaal over zijn hoofd zonder duizelig te worden.
Gegroet, gegroet, gij vroolijke en gezonde, lustige en stevige knapen gegroet, gegroet, gij speelsche en blozende hoop des vaderlands Mijn hart gaat open als ik u zie, in uwe vreugde, in uw spel, in uw uitgelatenheid in uw eenvoudigheid in uw vermetelen moed.
zielen er in samensmolten.Ik beloofde mijnen medischen student wiens naam omdat hij bang voor recensenten-hatelijkheden is, ik heb moeten beloven te zullen verzwijgen, en wien ik daarom voor t gemak Boerhave zal noemen ik beloofde mijnen medischen student, behalve de schatten van de Breezaap, ook nog bloeiende exemplaren van Aristolochia Clematitis, op den weg tusschen Zomerzorg en Velzerend en, daar hij ook eene verzameling van conchiliën er op nahield, stond hij in lichterlaaie verrukking, toen ik hem verzekerde dat op de hoogte der Blauwe Trappen de wijngaardslakken over uw laarzen 22 kruipen of t zoo niets is.
Vermaakt u zoo gij nog niet genoeg hebt van barbaarsche vermaken met hunne krachten, met hun moed, met hun heldeneinde niet met hunne slavernij, niet met hunne ontaarding, niet met hun heimwee, niet met hun teringdood.Onbegrijpelijk veel menschen hebben familiebetrekkingen, vrienden of kennissen te Amsterdam.
mannetjes zijn blauw of zwart geteekend en hebben sliknatte, fijngekrulde bakkebaarden.Ze zijn voorzien van lange Goudsche pijpen, waaruit ze òf rooken, òf die ze losjes bij den kop tusschen de vingers houden en zoo, met den steel naar beneden, onverschillig laten slingeren.
niemand van mijne lezers mij daarom verachten zal, naar de gewoonte van vele menschen, die aan de waarde en het gehalte van genoegens twijfelen, die zij niet in staat zijn te beoordeelen.Mijn neef Nurks behoorde tot dezulken.Het opgemelde plan was met groote opgewondenheid en wederzijdsche goedkeuring gemaakt.
leelijkert had duidelijk bemerkt, dat ik het voor t eerst aanhad en er van tijd tot tijd met innig welgevallen naar keek.Ik stak onmiddellijk mijn beenen onder de tafel want het was mij op zijn minst vijfenzeventig maal gebeurd, dat hij, met een opgetrokken neus naar de punten van mijn schoenen loerende, mij had afgevraagd Waar laat je die turftrappers maken Van een goedigen krulhond, die met veel liefde door een oud man gestreeld werd, heette het Wat een mormel Van een paar schimmeltjes, die voor de deur stilhielden en waarmee de eigenaar met groot zelfbehagen pronkte Leelijke koppen Van het kindje in beugels, dat al van half elf gewandeld had en er schrikkelijk verhit uitzag Als ik er zóó eentje had, deed ik het een steen om den hals.
duizend en een species van het genus Haarlemmer bekend is, weet dat zij allen des zondags haar verschillenden wandeltijd hebben iets, t welk zeer natuurlijk wordt, als men aan den verschillenden eettijd denkt, en daarbij in t oog houdt dat er veel menschen naar de middagkerk gaan, terwijl een groot gedeelte niet weet dat er een middagkerk is.
gewoonlijk hoogrood als hij binnen moet komen om aan oom en tante te vragen hoe zij varen, en spreekt bij dergelijke gelegenheid bijna geen woord maar minder spaarzaam met woorden en minder verlegen is hij onder zijns gelijken, en niet bang om voor zijn gevoelen uit te komen.
nergens aan mogen komen, alsof men geheel handeloos en met een instinct om alles nu ook 12 maar stuk te gooien en te breken in de wereld was gekomen En dan het paaien met zoetigheid, als men zich juist gisteren te groot is begonnen te voelen voor koekjes tot den prijs van iets anders En dan de velerlei beschaamdzettingen, die men ondergaat, omdat iedereen gelooft dat een kind menig ding niet gevoelt dat hem toch diep gaat Waarlijk, waarlijk, men heeft in de maatschappij menig menschenschuw, bloohartig, en zenuwachtig wezen doen opgroeien, alleen doordat men het als kind te jong en te klein voor gevoel van waarde achtte.
Hollandsche jongen draagt zijn das liefst als een touwtje, en nog liever in t geheel niet een blauw of schotschbont kieltje over zijn buis, en een verstelde broek dit laatste kenteeken gaat vast.In dees broek voert hij met zich al wat de tijd opgeeft dat wisselt af knikkers, stuiters, ballen, een spijker, een aangebeten appel, een stukkend knipmes, een touwtje, 3 drie centen, een kluit vischdeeg, een dolle kastanje, een stuk elastiek uit de bretel van zijn oudsten broer, een leeren zuiger om steenen mee uit den grond te trekken, een voetzoeker, een zakje met kokinjes, een grifje, een koperen knoop om heet te maken, een hazesprong, een stukje spiegelglas, enz.
muziek.Drie dames met lange reticules en opmerkelijk door roode linten op de muts, oranje tissu s om den hals en voorschooten met diepe zakken met schuifjes.Eene breede sproeterige Saffo met een hooge sproeterige harp in het midden, en twee tanige vrouwen, die met handen vol diamanten, die een sterken familietrek van glas hadden, op de viool speelden.
logement op den hoek zit een Zaandamsche familie, gisteren aangekomen, al de mannen zeer lang, en in een volmaakt pak blauwe kleederen uitgedost, met zwarte dassen en witte onderdassen de vrouwen met de nationale kap, en zwarte tanden.Zij drinken reeds koffie, en laten zich van den kastelein, die de vrijheid neemt van in de deur te blijven staan, omtrent vele wetenswaardige dingen onderrichten.
Daarna hebt gij een uur gelezen van het model van een braven 8 jongen, zoo braaf, zoo zoet, zoo gehoorzaam, zoo knap en zoo goedleersch, dat gij hem met pleizier een paar blauwe oogen zoudt slaan, als gij hem op straat ontmoette of, indien gij al wat verder zijt, de levensschets van een onbegrijpelijk groot man, wien na te volgen u pedant en wanhopig toeschijnt, en door welke levensschets kunstiglijk een samenspraak is heengevlochten van knapen en meisjes, voor wie gij ook al geen de minste sympathie gevoelt, al staan zij ook waarlijk verbaasd over de ontzettende kundigheden van dien man, daar vader Eelhart of Braafmoed van verhaalt.
school blijft altijd iets van het gevangenisachtige, en de meester, met en benevens al de ondermeesters iets van het vogelverschrikkende behouden.Dat gezegde van Van Alphen Mijn leeren is spelen wil er bij niet één kind in, zelfs niet bij de vlijtigste.
overige bemerkt men nu reeds een enkel jong mensch uit deftiger stand, hetzij dan een notarisklerk of een surnumerair bij het gouvernement van Noordholland, die, daar hij geen schepsel wist 27 te verzinnen, aan wien hij na kerktijd een bezoek schuldig was, nu maar naar Stoffels stapt en, verbaasd van daar nog niemand van zijn kennis te ontmoeten, zich met den hond van den kastelein behelpt, die door zijn innemende vriendelijkheid bewijst dat mijnheer habitué is.
goede hemel zegene u allen, goede jongens, die ik ken, en rondom mij zie, en liefheb Hij doe u lang en vroolijk spelen, en als de ernst des levens komt, zoo geve hij u ook een ernstig harte daartoe Maar hij late u tot aan uw laatsten snik nog veel kinderlijke en jeugdigs behouden.
Liever een museum dan een menagerie. t Is waar, het knekelhuis, dat gij eerst door moet wandelen, neemt een goed deel van de illusie weg de anatomie, gelijk alle analyse, is schadelijk aan de poëzie maar de opgezette dieren zijn niet vernederd.Hier ronken zij niet, hier slapen zij niet, hier sterven zij niet, hier zijn zij dood.
sedert halftien op de school, waar gij den voet hebt ingezet, met benijding terugziende op de armelui s kinderen, die geen opvoeding krijgen en duitjen òp speelden op straat.Eerst hoeft men u gedwongen met al uwe speelsche lotgenooten het lied aan te heffen Wat vreugd, het schooluur heeft geslagen, Waarnaar elk kind om t zeerst verlangt.
Hertebaan vertoonen zich hier en daar een paar jonge dames, in t bloote hoofd, en in een costuum, dat zij zoo geheel buiten noemen, en t welk voornamelijk gekenmerkt wordt door sterk gekleurde zijden schortjes, bezig met aan de lieve beestjes eten te geven.
verschijnsel, dat ik eenvoudig toeschrijf aan de veelheid der inwoners van die hoofdstad.Ik had er voor een paar jaren nog een verren neef.Waar hij nu is, weet ik niet.Ik geloof dat hij naar de West gegaan is.Misschien heeft de een of ander van mijne lezers hem wel brieven meegegeven.
lezen er ook niet meer, tot onze schrikbarende verveling, de Haarlemmer Courant, van A Z. Zijn wij daarom later minder goede politici Wij zitten er ook in een goed ruim lokaal, zoo hoog en zoo luchtig, dat het er somtijds aan de beenen tocht wij hebben er niet zelden het uitzicht op een bleekveld met een appelboom, of op een binnenplaats met een bestekamer.
dofheid, geen traagheid, geen luiheid hier koude en ongevoeligheid.Het is hier als in hun onderwereld gij ziet hunne schimmen, hunne omtrekken, hunne ε δωλα Aan hun stoffelijk omkleedsel, hun houding, hun stand moge door opvulling en kunstenarij een weinig zijn te kort gedaan, maar de ziel gij gelooft toch dat de dieren een ziel hebben wordt hier niet verdoofd of verminkt.
baatzucht, maar de deftige wetenschap heeft hen bijeenvergaderd.Zij staan hier niet te kijk, zij staan hier tot uwe onderwijzing.Hunne namen worden in eerbiedig Latijn genoemd.Zwijgend gaat men langs hunne rijen, met al het ontzag, dat men voor de dooden heeft.
geval hebben zij een nauwgezetten, maar onvriendelijken bezorger gehad, als uit den inhoud van deze weinige bladzijden waarschijnlijk duidelijk worden zal.Inderdaad, ik ken vele menschen, die nog al ophebben met hunne Amsterdamsche neven, vooral als ze tot de Lezers in Felix behooren, of als ze rijtuig houden maar ik heb dikwijls verbaasd gestaan over mijne verregaande koelheid omtrent den persoon van mijn neef Robertus Nurks en niets verschrikkelijker, dan wanneer hij mij zaterdagmiddag per diligence een steen zond met een brief er aan, inhoudende dat hij mits het weer goed bleef en er niet, maar dat kwam er nooit, het een of ander in den weg kwam met mij den dag in den Haarlemmerhout zou komen doorbrengen niet dat ik iets tegen het gemelde bosch heb, maar wel iets tegen ZEd.
daarop verliet hij ons een oogenblik om een knijpbriefjen af te vaardigen, welk punt des tijds onmiddellijk door Nurks werd waargenomen, om mij met de aanmerking op te winden Die vriend van jou lijkt sprekend op dien schoenenjood, die altijd op den hoek van de Vijzelstraat en de Heerengracht staat en toen ik groote oogen opzette, och ja, je weet wel, die leelijke kerel net of hij een trap van een paard gehad heeft.
volgende uur hebt gij geschreven naar een mooi exempel als bijv., zoo gij groot schrijft, het woord wederwaardigheid, opmerkelijk door twee moeilijke W s, zonder aandikken bijna niet goed te krijgen, zevenmaal of indien gij klein schrijft, vijftien maal, achtmaal op, en zevenmaal tusschen de lijn Voorzichtigheid is de moeder der wijsheid bij welke gelegenheid gij in twee regels het lidwoord der hebt overgeslagen, wat tengevolge van de laatste lettergreep van het woord moeder zeer licht gebeuren kon, en eenmaal voorwijzigheid in plaats van voorzichtigheid hebt gezet, welke omstandigheden, zoo ieder op zichzelf als in onderling verband, u eenigszins angstig doen denken aan het uur, waarop de critiek des meesters haar uitspraak zal komen doen.
menagerie o Gij, heeren der schepping ik weet niet of gij in de 19de eeuw onzer jaartelling, en zoo ver van het paradijs, dien naam nog verdient.maar gij hoort hem zoo gaarne, en zijt er zoo hoovaardig op o gij, heeren der schepping laat u gelden in het 18 dierenrijk, laat u gelden bij al wat slagtanden, klauwen, hoeven en horens heeft.
evenwel was hij een beste, eerlijke, trouwe jongen, prompt in zijn zaken, stipt in zijn zeden, godsdienstig, en zelfs in den grond goedhartig.Maar er was iets in hem ik weet het niet dat maakte dat ik met hem niet op mijn gemak was iets lastigs, iets impertinents, in één woord iets volmaakt onaangenaams.
menschen, die altijd den mond van hun geluk vol hebben, heb er ik wel eens op aangezien of zij ook naar een autoriteit zochten die, na gehoord verslag, hun zou verklaren dat zij gelukkig zijn, iets waarvan zij zelf tot nog toe zoo heel overtuigd niet waren.
tandmeester moest komen.Hij kwam, niet waar de ijselijke man Hij had voor u de verschrikkingen eens scherprechters.Hij veinsde maar effen naar uw tand te voelen hij trok er hem verraderlijk uit.Ondertusschen was deze slinksche streek voor u een weldaad, die voor alle volgende keeren verkeken was.
Sommige verdenken hem van een stilleverklikker te zijn ik geloof het niet maar indien hij het is, dan is hij het zeker alleen maar om aan de kindskinderen te verklikken op wat wijze hunne grootvaders in Den Hout hun geld verteerden.In dezen toestand blijft Den Hout tot elf uren of half twaalf.
enz.alles opgestopt en in rust gehouden door een bonten zakdoek.De Hollandsche jongen maakt in t voorjaar eene verzameling van uitgeblazen eieren in het uithalen van nestjes geeft hij blijken van kracht en behendigheid, en misschien van den aanleg tot de zeevaart, ons volk eigen in het inkoopen van vreemde soorten, bewijzen van onverstoorbare goede trouw en in het verkwanselen van zijne doubletten, van vroegtijdigen Hollandschen handelsgeest.
Alles luid genoeg om verstaan te worden door de respectieve eigenaars van het mormel, de leelijke koppen, en den jongen heer.Er zat een statig man, wiens geluk half weg was, omdat hij in den morgen bloemen gezien hebbende in het Cieraad van Flora, bij het inkruipen van een enge broeikas, eenigszins aan een spijker was blijven haken.
konden, hoe zouden zij zich op den grappenmaker wreken.Hoe zou monsieur hem vierendeelen, madame hem vernielen.Hij zou t verdienen.Hij behandelt dieren als dingen.Hij verdient een dommen glimlach aan den een, een drinkgeld aan den ander.
species rangschikt, en men tevens achtslaat op de vreemde vogelen, die uit andere luchten op een zonnigen zondag komen aanwaaien, dan zal men een aaneengeschakelde opvolging hebben, niet ongelijk aan die der elkander, naar de schoone vergelijking van Homerus, als boombladeren wegstootende geslachten in het bestaan des menschdoms, of aan die der elkander voortstuwende barbaren van het Europa der vijfde eeuw.